Citaat | Hoge Raad 5 februari 2016

Onder 4.20 Hoge Raad 5 februari 2016

Een alinea uit Hoge Raad 5 februari 2016, ECLI:NL:HR:2016:196.

Het voorgaande samengevat: de gemiddelde vakman wist dat er vele methoden waren om oxidatie van alcoholgroepen in ZK92836 te bewerkstelligen, waaronder het gebruik van TEMPO. De gemiddelde vakman ging er echter niet van uit dat de met een rutheniumzout bereikte selectiviteit van 5ß-OH-DRSP en mate van terugdringing van bepaalde bijproducten ook zou kunnen worden verkregen met behulp van TEMPO. Voorshands moet daarom - ook onder het uitgangspunt dat rutheniumzout-gekatalyseerde oxidatie geen essentieel kenmerk is van de in WO 738/EP 791 geopenbaarde uitvinding - worden geoordeeld dat in de ogen van de gemiddelde vakman de aanvrager van EP 791 omwille van deze aan rutheniumzout verbonden voordelen bewust voor die stof heeft gekozen uit de vele hem ten dienste staande mogelijkheden, althans dat hij omwille van die voordelen bewust voor rutheniumzout heeft gekozen boven TEMPO.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/6ed51ba1acffe97915812ba165c32f3397c61eabfe9f0c621f2613abd7cddeeb. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 6ed51ba1acffe97915812ba165c32f3397c61eabfe9f0c621f2613abd7cddeeb, en de alinea staat in dat document op bytes 36106 tot 37005.