Citaat | Hoge Raad 5 februari 2016

Onder 3.3.3 Hoge Raad 5 februari 2016

Een alinea uit Hoge Raad 5 februari 2016, ECLI:NL:HR:2016:199.

Het middel betoogt dat in geval van een negatieve boedel de preferente boedelvordering van de (ex-)pandhouder voorgaat op de salarisvordering van de curator voor zover dat nodig is om te voorkomen dat de curator profiteert van zijn eigen onrechtmatig handelen. Onderdeel 1 voert daartoe aan dat op de regel uit het arrest De Ranitz q.q./Ontvanger (HR 28 september 1990, ECLI:NL:HR:1990:AD1243, NJ 1991/305) een uitzondering moet worden gemaakt voor zover het gaat om de verdeling van de opbrengst van de door de curator onrechtmatig geïnde vorderingen waarop het pandrecht van Rabobank rustte. Het andersluidende oordeel van het hof heeft tot gevolg dat het onrechtmatig handelen van de curator wordt beloond in de zin dat zijn salaris en verschotten betaald worden uit de opbrengst van de onrechtmatig geïnde vorderingen, terwijl die opbrengst bij gebreke van onrechtmatig handelen door de curator niet (of hoogstens bij wijze van surplus na verhaal door de pandhouder) ter dekking van zijn salaris en verschotten beschikbaar zou zijn geweest. Dit geldt a fortiori voor zover het gaat om het salaris en de verschotten van de curator die zijn gemoeid met het voeren van de onderhavige procedure, waaronder het voeren van het door het hof terecht verworpen standpunt dat Rabobank geen pandrecht zou hebben op de onderhavige vorderingen, aldus het onderdeel.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/46e2c28558b2d0fc51000ee387c685d1b712ad0ee7f52ce97143a831d05ef1c5. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 46e2c28558b2d0fc51000ee387c685d1b712ad0ee7f52ce97143a831d05ef1c5, en de alinea staat in dat document op bytes 19236 tot 20608.