Citaat | Hoge Raad 5 januari 2016

Onder 2.2.2. Hoge Raad 5 januari 2016

Een alinea uit Hoge Raad 5 januari 2016, ECLI:NL:HR:2016:2.

Indien het hof deze stelling niet zou volgen, is de raadsman subsidiair van mening dat [betrokkene 2] , fraude-inspecteur en [betrokkene 3] en [betrokkene 4] , zonen van veroordeelde, moeten worden gehoord. Ten aanzien van [betrokkene 2] verzoekt de raadsman om een open verwijzing naar de raadsheer-commissaris zodat naar aanleiding van het verhoor van [betrokkene 2] een andere deskundige, bijvoorbeeld [betrokkene 1] , hierop kan reageren. (...)

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/f2009a6d6693e82883074a51cb9dcbd35d7ffb21bff19b058564b5299d41afe0. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt f2009a6d6693e82883074a51cb9dcbd35d7ffb21bff19b058564b5299d41afe0, en de alinea staat in dat document op bytes 12175 tot 12636.