Citaat | Hoge Raad 5 januari 2016
Onder 2.3. Hoge Raad 5 januari 2016
Een alinea uit Hoge Raad 5 januari 2016, ECLI:NL:HR:2016:2.
Bij de beoordeling van het middel moet het volgende worden vooropgesteld. Ingevolge het ook in ontnemingszaken toepasselijke art. 414, eerste lid tweede volzin, Sv zijn de advocaat-generaal bij het hof en de betrokkene bevoegd voor of bij de behandeling van een zaak in hoger beroep nieuwe bescheiden of stukken van overtuiging over te leggen. De uitoefening van die bevoegdheid is evenwel onderworpen aan de eisen die voortvloeien uit de beginselen van een behoorlijke procesorde. Een algemene regel daaromtrent valt niet te geven. Van geval tot geval zal dus moeten worden beoordeeld of aan die eisen is voldaan, waarbij mede betekenis toekomt aan de (belastende dan wel ontlastende) aard van de over te leggen bescheiden of stukken en, indien het gaat om belastende bescheiden of stukken, aan de (al dan niet complexe) aard van de te berechten zaak en het stadium waarin de procedure zich bevindt.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/f2009a6d6693e82883074a51cb9dcbd35d7ffb21bff19b058564b5299d41afe0. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt f2009a6d6693e82883074a51cb9dcbd35d7ffb21bff19b058564b5299d41afe0, en de alinea staat in dat document op bytes 13449 tot 14362.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/f2009a6d6693e82883074a51cb9dcbd35d7ffb21bff19b058564b5299d41afe0 | shasum -a 256