Citaat | Hoge Raad 30 augustus 2016
Onder 2.3. Hoge Raad 30 augustus 2016
Een alinea uit Hoge Raad 30 augustus 2016, ECLI:NL:HR:2016:2005.
De appelschriftuur is tijdig ingediend, hetgeen ook wordt erkend door de advocaat-generaal, zodat de schriftuur op grond van artikel 410 lid 3 Sv aangemerkt dient te worden als een opgave in de zin van artikel 263 lid 2 Sv en waarop artikel 264 Sv alsdan van overeenkomstige toepassing is. In rechtsoverweging 2.42 van het arrest van de Hoge Raad bepaalt de Hoge Raad dat de advocaat-generaal bij het hof door middel van een met redenen omklede beslissing kan weigeren een of meer getuigen op te roepen en de gronden voor een dergelijke weigering zijn het niet geschaad zijn van het verdedigingsbelang.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/0da98927ecbcf99574aa50fc94b5aff042a85e5d5d985e33fa2523d6e4dad25e. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 0da98927ecbcf99574aa50fc94b5aff042a85e5d5d985e33fa2523d6e4dad25e, en de alinea staat in dat document op bytes 17066 tot 17681.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/0da98927ecbcf99574aa50fc94b5aff042a85e5d5d985e33fa2523d6e4dad25e | shasum -a 256