Citaat | Hoge Raad 30 augustus 2016
Onder 2.2.2. Hoge Raad 30 augustus 2016
Een alinea uit Hoge Raad 30 augustus 2016, ECLI:NL:HR:2016:2008.
Ik woon vanaf 5 oktober 2010 in de woning op het adres [a-straat] te Amsterdam. Ikzelf mijn broer, mijn zoon en mijn dochter hebben een sleutel van de woning. Verder heeft niemand een sleutel van de woning. Ik laat familie en vrienden in huis binnen zoals de vrouw van [betrokkene 1] . Ik laat [betrokkene 1] ook binnen, hij is een vriend van mijn broer. Verder laat ik niemand anders binnen in de woning. Op 8 februari 2011 was ik de hele dag thuis. Om ongeveer 20.00 uur is [betrokkene 2] gekomen. Hij is samen met mij naar mijn slaapkamer gegaan. Op de plattegrond is dat slaapkamer III.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/54b54afef738932fb8fd94a24e345a7b0cbfc52e8917ce248976027568c58a1b. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 54b54afef738932fb8fd94a24e345a7b0cbfc52e8917ce248976027568c58a1b, en de alinea staat in dat document op bytes 15440 tot 16044.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/54b54afef738932fb8fd94a24e345a7b0cbfc52e8917ce248976027568c58a1b | shasum -a 256