Citaat | Hoge Raad 30 augustus 2016
Onder 2.2.3. Hoge Raad 30 augustus 2016
Een alinea uit Hoge Raad 30 augustus 2016, ECLI:NL:HR:2016:2008.
De officier van justitie heeft betoogd dat verdachte als één van de hoofdbewoners van de woning moet worden aangemerkt. Zij had een sleutel van de woning en de daarbij behorende schuur. Over alles wat zich in de woning en de schuur bevond had verdachte aldus beschikkingsmacht. Verdachte heeft daarnaast - samen met haar broer, medeverdachte [betrokkene 3] - wetenschap gehad van de aanwezige verdovende middelen en daarmee samenhangende goederen. In de slaapkamer van haar broer zijn een weegschaal en cocaïne aangetroffen en haar broer is bovendien eerder veroordeeld in het kader van de Opiumwet. Naar analogie moet ook verdachte - net als haar broer - worden veroordeeld voor de voorbereidingshandelingen die haar onder 2 ten laste zijn gelegd. De aangetroffen goederen die onder 2 zijn genoemd, zijn naar algemene bekendheid bedoeld om verdovende middelen te versnijden.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/54b54afef738932fb8fd94a24e345a7b0cbfc52e8917ce248976027568c58a1b. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 54b54afef738932fb8fd94a24e345a7b0cbfc52e8917ce248976027568c58a1b, en de alinea staat in dat document op bytes 18063 tot 18955.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/54b54afef738932fb8fd94a24e345a7b0cbfc52e8917ce248976027568c58a1b | shasum -a 256