Citaat | Hoge Raad 5 februari 2016

Onder 3.2.3 Hoge Raad 5 februari 2016

Een alinea uit Hoge Raad 5 februari 2016, ECLI:NL:HR:2016:201.

Beide partijen verzoeken het hof om zich voorlopig te beperken tot de vraag of de curator ontvankelijk is in zijn vordering (rov. 3.2.2). Bij de vraag of de curator tot het instellen van de door hem ingestelde vordering bevoegd is, gaat het in de eerste plaats erom of aan de stellingen die de curator aan zijn vordering ten grondslag heeft gelegd de conclusie kan worden verbonden dat de vordering is te kwalificeren als een zogenoemde Peeters/Gatzenvordering. Indien op grond van de door de curator gestelde feiten en omstandigheden de vordering als een Peeters/Gatzenvordering kan worden gekwalificeerd, brengt dat (onder omstandigheden) de bevoegdheid van de curator tot het instellen van die vordering mee. Voor zover voor die bevoegdheid de aard van het onrechtmatig handelen relevant is, zal eveneens dienen te worden bezien of op grond van de door de curator gestelde feiten en omstandigheden tot een onrechtmatig handelen van dien aard kan worden geconcludeerd. (rov. 3.3.2)

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/4fa14d1a770f0d14b14636f1f7674c9061dafa904bf836cbae718e55b5f79685. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 4fa14d1a770f0d14b14636f1f7674c9061dafa904bf836cbae718e55b5f79685, en de alinea staat in dat document op bytes 15765 tot 16762.