Citaat | Hoge Raad 2 september 2016

Onder 3.2.5 Hoge Raad 2 september 2016

Een alinea uit Hoge Raad 2 september 2016, ECLI:NL:HR:2016:2012.

( c) In art. 41 aanhef en onder d NR 1999 is bepaald dat een effecteninstelling zich met betrekking tot een (rechts)persoon (hierna ook: de instelling) waarop art. 21 lid 1 Wte 1995 van toepassing is, maar die niet is ingeschreven in het in dat lid bedoelde register, dient te onthouden van het van door deze instelling aangebrachte cliënten of cliëntenorders. Nu vaststaat dat uit hoofde van art. 12 Vrijstellingsregeling Wte 1995 cliëntenremisiers zoals SpaarSelect, waren vrijgesteld van de vergunningplicht van art. 7 lid 1 Wte en dat SpaarSelect was ingeschreven in het desbetreffende register, mocht Dexia echter op de voet van art. 41, aanhef en onder d, NR 1999 de door SpaarSelect aangebrachte cliënten in beginsel accepteren en is in zoverre geen sprake van handelen in strijd met art. 41 NR 1995. (rov. 4.14.3)

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/48355e0dc6d4147f09a0d0f01d0066c3ce98f0dde7699d467292a18055dd0922. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 48355e0dc6d4147f09a0d0f01d0066c3ce98f0dde7699d467292a18055dd0922, en de alinea staat in dat document op bytes 16262 tot 17113.