Citaat | Hoge Raad 2 september 2016
Onder 3.1 Hoge Raad 2 september 2016
Een alinea uit Hoge Raad 2 september 2016, ECLI:NL:HR:2016:2016.
(vi) Op 16 december 2015 heeft opnieuw een mondelinge behandeling plaatsgevonden. Daarbij waren aanwezig: betrokkene, haar advocaat, de behandelend psychiater [betrokkene 2] en de behandelend arts [betrokkene 3] . De advocaat heeft primair afwijzing van het verzoek gevraagd “omdat betrokkene zich niet herkent in de gestelde diagnose en de behandeling die zij krijgt”. Subsidiair heeft zij verzocht het verzoek van de officier van justitie af te wijzen omdat een voorwaardelijke machtiging een meer passende maatregel zou zijn. Meer subsidiair verzocht zij de tijd die sinds de afloop van de voorgaande machtiging verstreken is in mindering te brengen op de geldigheidsduur.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/3310944b657017a86a7331b8bbe5bd95b197df1339b2f74a972b38302ef9eaf6. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 3310944b657017a86a7331b8bbe5bd95b197df1339b2f74a972b38302ef9eaf6, en de alinea staat in dat document op bytes 11919 tot 12611.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/3310944b657017a86a7331b8bbe5bd95b197df1339b2f74a972b38302ef9eaf6 | shasum -a 256