Citaat | Hoge Raad 6 september 2016
Onder 2.4. Hoge Raad 6 september 2016
Een alinea uit Hoge Raad 6 september 2016, ECLI:NL:HR:2016:2018.
Deze bewezenverklaring steunt op veertien bewijsmiddelen. Het eerste bewijsmiddel is een proces-verbaal van verhoor van de verdachte door de politie van 29 oktober 2013, houdende een op vragen van de politieambtenaren afgelegde verklaring van de verdachte. Die verklaring houdt, in de korte samenvatting die in de conclusie van de Advocaat-Generaal onder 4 is weergegeven, in dat de verdachte daarin gedetailleerd uit de doeken doet dat hij zijn loods ter beschikking heeft gesteld aan een man die hij naar eigen zeggen alleen kende als [...], die hij via via had leren kennen en die had gezegd dat hij in die ruimte wat met chemicaliën ging doen, dat de verdachte hiervoor 1.000 euro per dag kreeg en contant werd betaald, dat "[...]" vaatjes, tonnetjes en weegschalen bracht en dat de verdachte de laatste paar keren in de gaten had dat het om drugs ging.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/f07d06899ca115e1b258b087f04141039b74a073d484f72e0a6ebde479e35503. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt f07d06899ca115e1b258b087f04141039b74a073d484f72e0a6ebde479e35503, en de alinea staat in dat document op bytes 8012 tot 8884.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/f07d06899ca115e1b258b087f04141039b74a073d484f72e0a6ebde479e35503 | shasum -a 256