Citaat | Hoge Raad 6 september 2016
Onder 2.5. Hoge Raad 6 september 2016
Een alinea uit Hoge Raad 6 september 2016, ECLI:NL:HR:2016:2018.
Vervolgens is verdachte voorgeleid aan een hulpofficier van justitie en deze heeft hem onder meer meegedeeld dat hij een advocaat mocht consulteren. Verdachte heeft te kennen gegeven een (toegewezen) advocaat te willen consulteren. Bij zijn verhoor in het kader van de inverzekeringstelling heeft verdachte verklaard dat hij niets wenste te verklaren zonder zijn advocaat en dat hij deze eerst wenste te spreken. Vervolgens heeft verdachte op zondagmiddag 27 oktober 2013 met zijn raadsvrouw mr. Kneepkens overleg gevoerd. Twee dagen later, op dinsdag 29 oktober 2013, is verdachte verhoord. Verdachte heeft bij dat verhoor, nadat hem de cautie was verleend en hij te kennen had gegeven dat hij begreep dat hij niet tot antwoorden was verplicht, gevraagd of hij met zijn advocaat kon bellen. Vervolgens heeft verdachte telefonisch contact gehad met zijn raadsvrouw en het advies gekregen zich op zijn zwijgrecht te beroepen. Na dit telefoongesprek is het verhoor daadwerkelijk begonnen. Op de eerste vraag van de verbalisanten hoe het met hem ging, heeft verdachte onder meer geantwoord: "Datgene wat er nu is gebeurd is, wil ik nooit meer." Ten slotte heeft verdachte naar aanleiding van de vraag van de verbalisanten wat er is gebeurd, een uitgebreide (inhoudelijke) verklaring afgelegd.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/f07d06899ca115e1b258b087f04141039b74a073d484f72e0a6ebde479e35503. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt f07d06899ca115e1b258b087f04141039b74a073d484f72e0a6ebde479e35503, en de alinea staat in dat document op bytes 9814 tot 11116.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/f07d06899ca115e1b258b087f04141039b74a073d484f72e0a6ebde479e35503 | shasum -a 256