Citaat | Hoge Raad 6 september 2016
Onder 2.5. Hoge Raad 6 september 2016
Een alinea uit Hoge Raad 6 september 2016, ECLI:NL:HR:2016:2018.
De rechtbank ziet in hetgeen is aangevoerd geen reden anders te oordelen dan de Hoge Raad in zijn hierboven genoemd arrest heeft overwogen en is met de Hoge Raad van oordeel dat uit de door het EHRM beoordeelde gevallen niet zonder meer algemene conclusies kunnen worden getrokken met betrekking tot de reikwijdte van het recht op "verhoorbijstand" en de consequenties die aan schending van dat recht - beoordeeld tegen de achtergrond van de procedure in zijn geheel - moeten worden verbonden. De enkele omstandigheid dat de verdachte tijdens zijn verhoor door de politie niet feitelijk is bijgestaan door zijn raadsvrouw dan wel hem niet de mogelijkheid daartoe is geboden, maakt derhalve niet dat reeds daarom de verklaring van verdachte niet voor het bewijs kan worden gebezigd. Evenmin is inmiddels sprake van een situatie waarin kan worden gezegd dat de wetgever niet met de nodige voortvarendheid de invoering van de vereiste wettelijke regeling ter hand neemt.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/f07d06899ca115e1b258b087f04141039b74a073d484f72e0a6ebde479e35503. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt f07d06899ca115e1b258b087f04141039b74a073d484f72e0a6ebde479e35503, en de alinea staat in dat document op bytes 14779 tot 15759.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/f07d06899ca115e1b258b087f04141039b74a073d484f72e0a6ebde479e35503 | shasum -a 256