Citaat | Hoge Raad 6 september 2016

Onder 2.4.1. Hoge Raad 6 september 2016

Een alinea uit Hoge Raad 6 september 2016, ECLI:NL:HR:2016:2026.

In geval van vernietiging van een mondeling vonnis dient het arrest van de meervoudige kamer van het hof te voldoen aan de voorschriften van de art. 358 en 359 Sv, waaronder dat van de eerste volzin van het derde lid van art. 359 Sv. Ingevolge die eerste volzin zal het hof indien het - na vernietiging van het vonnis - tot een bewezenverklaring komt, de (uitgewerkte) inhoud van de gebezigde bewijsmiddelen in zijn arrest moeten vermelden, in voege als hiervoor onder 2.3.2 vermeld. Het hof kan in zo een geval wat betreft de bewijsvoering dus niet volstaan met het slechts uit de aantekening mondeling vonnis overnemen van de daarin overeenkomstig de Regeling vervatte verwijzing naar het proces-verbaal van de terechtzitting en/of andere processtukken.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/0228d688261dd4caaae0827c48dd10e022996abdec1a1ee3b52a1762dd4b7c65. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 0228d688261dd4caaae0827c48dd10e022996abdec1a1ee3b52a1762dd4b7c65, en de alinea staat in dat document op bytes 16415 tot 17183.