Citaat | Hoge Raad 9 februari 2016
Onder 3.2.1. Hoge Raad 9 februari 2016
Een alinea uit Hoge Raad 9 februari 2016, ECLI:NL:HR:2016:203.
Met de rechtbank overweegt het hof dat de kosten voor eigen vervoer van [betrokkene 1] weliswaar geruime tijd na het bewezen verklaarde zijn gemaakt, maar dat de noodzaak om deze kosten te maken als gevolg van het bewezen verklaarde voldoende vaststaat. Deze noodzaak ontstond immers nadat het vermoeden van misbruik van [betrokkene 1] was ontstaan, omdat het vertrouwen van [betrokkene 1] en haar ouders ernstig door de verdachte was geschonden. Net als de rechtbank begroot het hof deze kosten, gezien het feit dat in de vordering geen rekening is gehouden met schoolvrije dagen, schattenderwijs op € 300,-. Eveneens acht het hof toewijsbaar de reiskosten van € 19,76 in verband met bezoek aan haar advocaat.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/3ea9ed2d3ea7d86cadccd4d81919f3a248ecac39cc603b2ad2a85ce3dbe4a000. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 3ea9ed2d3ea7d86cadccd4d81919f3a248ecac39cc603b2ad2a85ce3dbe4a000, en de alinea staat in dat document op bytes 8236 tot 8963.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/3ea9ed2d3ea7d86cadccd4d81919f3a248ecac39cc603b2ad2a85ce3dbe4a000 | shasum -a 256