Citaat | Hoge Raad 9 september 2016

Onder 3.3 Hoge Raad 9 september 2016

Een alinea uit Hoge Raad 9 september 2016, ECLI:NL:HR:2016:2047.

Onvoldoende is komen vast te staan dat erflater ten tijde van het opmaken van het testament leed aan een geestelijke stoornis. Tot kort voor zijn overlijden woonde [betrokkene 1] nog zelfstandig thuis en was hij nog altijd als tandarts aan het werk. [verweerster] heeft voorts een groot aantal verklaringen van patiënten in het geding gebracht, waarin staat dat [betrokkene 1] als tandarts nog naar behoren functioneerde, en dat hij helder van geest was. De conclusies van dr. Gilhuis en de door hem geschreven brieven (zie hiervoor in 3.1 onder (vii) en (viii)) houden geen verklaring in van een arts die erflater omstreeks het moment waarop het testament is opgemaakt, wat betreft zijn geestelijke vermogens heeft onderzocht. Uit de hiervoor in 3.1 onder (ix) bedoelde verklaring volgt dat de bij het opmaken van het testament betrokken notarissen geen reden hebben gehad om aan de geestvermogens van erflater te twijfelen. De dochters hebben hun stelling dat [betrokkene 1] ten tijde van het opmaken van zijn testament op 23 mei 2008 niet over zijn geestvermogens beschikte, dus onvoldoende onderbouwd, zodat het door hen gedane bewijsaanbod wordt gepasseerd (rov. 4.1-4.5).

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/720e03ece8d6492230dd35eda9db1df42b80a0481cc6987e4ac927384c43a35c. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 720e03ece8d6492230dd35eda9db1df42b80a0481cc6987e4ac927384c43a35c, en de alinea staat in dat document op bytes 15940 tot 17145.