Citaat | Hoge Raad 9 september 2016
Onder 3.7.1 Hoge Raad 9 september 2016
Een alinea uit Hoge Raad 9 september 2016, ECLI:NL:HR:2016:2047.
Naar vaste rechtspraak dient aan een grief de eis te worden gesteld dat voor de wederpartij voldoende kenbaar wordt gemaakt tegen welke oordelen van de eerste rechter de grief zich richt, en welke gronden daarvoor bestaan. In een geval waarin is volstaan met een verwijzing naar of herhaling van hetgeen in eerste aanleg is gesteld, hangt het af van de omstandigheden van het geval of aan deze eis is voldaan (vgl. HR 5 februari 1993, ECLI:NL:HR:1993:AJ8236, NJ 1993/300). Aangenomen moet worden dat het hof op die eis heeft gedoeld met zijn oordeel in rov. 22 dat geïntimeerden ‘exact’ dienen te formuleren waartegen hun bezwaren zich richten. Voor zover het onderdeel hierover klaagt, faalt het dus.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/720e03ece8d6492230dd35eda9db1df42b80a0481cc6987e4ac927384c43a35c. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 720e03ece8d6492230dd35eda9db1df42b80a0481cc6987e4ac927384c43a35c, en de alinea staat in dat document op bytes 22916 tot 23636.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/720e03ece8d6492230dd35eda9db1df42b80a0481cc6987e4ac927384c43a35c | shasum -a 256