Citaat | Hoge Raad 9 september 2016

Onder 3.7.3 Hoge Raad 9 september 2016

Een alinea uit Hoge Raad 9 september 2016, ECLI:NL:HR:2016:2047.

Het in eerste aanleg gedane (en in hoger beroep herhaalde) bewijsaanbod van de dochters hield in dat erflater dementerend was, ten gevolge waarvan hij niet meer tot vrije wilsvorming in staat was. De dochters hebben in dit verband aangeboden zichzelf als partijgetuigen te doen horen, en bovendien nog een aantal personen die familielid, vriend, kennis dan wel patiënt van erflater waren als getuigen en daarnaast de twee neurologen die de cognitieve functies van erflater na 22 juli 2008 hebben onderzocht als deskundigen. De dochters hebben voorts de voormelde verklaringen van de arts Gilhuis, en het ziekenhuisverslag in het geding gebracht.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/720e03ece8d6492230dd35eda9db1df42b80a0481cc6987e4ac927384c43a35c. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 720e03ece8d6492230dd35eda9db1df42b80a0481cc6987e4ac927384c43a35c, en de alinea staat in dat document op bytes 24379 tot 25052.