Citaat | Hoge Raad 13 september 2016
Onder 2.2.2. Hoge Raad 13 september 2016
Een alinea uit Hoge Raad 13 september 2016, ECLI:NL:HR:2016:2056.
Ik, verbalisant [verbalisant 3] , heb vervolgens gebruik gemaakt van de warmtebeeldcamera. Ik zag een warmtebron welke op dat moment stil op de grond lag in de wei aldaar. Ik ben vervolgens samen met collega [verbalisant 4] richting deze warmtebron gerend en zag aldaar een voor mij onbekende manspersoon op de grond liggen. Deze man zal gezien de omschreven feiten en omstandigheden vanaf nu verder worden aangeduid als zijnde verdachte [verdachte] . De verdachte bleek zich niet te kunnen legitimeren maar gaf op te zijn:
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/9e52d9d0131754bc1340d34a1fdef35678865d4eb9a068d1d0ed38ffa130278c. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 9e52d9d0131754bc1340d34a1fdef35678865d4eb9a068d1d0ed38ffa130278c, en de alinea staat in dat document op bytes 10484 tot 11020.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/9e52d9d0131754bc1340d34a1fdef35678865d4eb9a068d1d0ed38ffa130278c | shasum -a 256