Citaat | Hoge Raad 13 september 2016
Onder 2.2.2. Hoge Raad 13 september 2016
Een alinea uit Hoge Raad 13 september 2016, ECLI:NL:HR:2016:2057.
[verdachte] zei dat [slachtoffer] niet in haar woning kon blijven. [slachtoffer] lag bij [verdachte] in de woonkamer. Er zat bloed op zijn gezicht. [slachtoffer] werd in een laken gerold en weggesleept. Omdat er een plas bloed in de woning van [verdachte] lag, werd er schoongemaakt. Mijn broertje [betrokkene 4] liep naar de deur toe. Ik weet alleen dat we [slachtoffer] zouden wegbrengen. Op het moment dat wij [slachtoffer] versleepten, stond [verdachte] in de keuken. Zij was een sopje aan het maken in een bak met water. [verdachte] heeft buiten op de uitkijk gestaan. Er is aan [verdachte] gevraagd of zij op de uitkijk wilde staan. [verdachte] ging toen naar buiten tot aan de voordeur. Op dezelfde verdieping stond een deur open en er kwam ook een auto aanrijden. Vervolgens kwam er nog een auto aan, dus wij moesten wachten.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/a1e1b71c569b299d8e7b6e23b7f0dee82edcf952f1bb781a302610fabb3bca01. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt a1e1b71c569b299d8e7b6e23b7f0dee82edcf952f1bb781a302610fabb3bca01, en de alinea staat in dat document op bytes 29829 tot 30689.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/a1e1b71c569b299d8e7b6e23b7f0dee82edcf952f1bb781a302610fabb3bca01 | shasum -a 256