Citaat | Hoge Raad 13 september 2016
Onder 2.2.3. Hoge Raad 13 september 2016
Een alinea uit Hoge Raad 13 september 2016, ECLI:NL:HR:2016:2057.
Op donderdag 19 juli 2012 bevinden [medeverdachte] , verdachte en [betrokkene 2] zich in de woning van verdachte in Arnhem. Daar vraagt [betrokkene 2] aan [medeverdachte] : "Ik ben van plan om dit en dit te doen. Doe je daaraan mee?" Vervolgens zegt [betrokkene 2] tegen [medeverdachte] : "Ik wil dat [verdachte] een afspraak met hem maakt. Dan wil ik hem een lesje leren." [medeverdachte] geeft aan dat hij wil meedoen met het plan van [betrokkene 2] om [slachtoffer] een lesje te leren. De woorden "een lesje leren" worden door [medeverdachte] verduidelijkt als: gewoon een beetje bang maken, een klap geven. [medeverdachte] gaat er vóór de mishandeling van [slachtoffer] van uit dat ze [slachtoffer] een paar tikken zouden geven. Verdachte was aanwezig bij het maken van de afspraak om [slachtoffer] een lesje te leren. Bij die gelegenheid is gesproken over de verkrachting of aanranding van verdachte. Daarin was immers de aanleiding voor de afspraak gelegen.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/a1e1b71c569b299d8e7b6e23b7f0dee82edcf952f1bb781a302610fabb3bca01. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt a1e1b71c569b299d8e7b6e23b7f0dee82edcf952f1bb781a302610fabb3bca01, en de alinea staat in dat document op bytes 41359 tot 42337.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/a1e1b71c569b299d8e7b6e23b7f0dee82edcf952f1bb781a302610fabb3bca01 | shasum -a 256