Citaat | Hoge Raad 13 september 2016

Onder 3.3.2. Hoge Raad 13 september 2016

Een alinea uit Hoge Raad 13 september 2016, ECLI:NL:HR:2016:2058.

In de periode voorafgaande aan het tenlastegelegde heeft [medeverdachte] op enig moment aan [betrokkene 1] , de vriendin van [betrokkene 2] (de vader van [medeverdachte] ), gevraagd of haar vader haar zou helpen als zij - [medeverdachte] - een probleem zou hebben. [betrokkene 1] beantwoordt deze vraag bevestigend. Een paar weken vóór 21 juli 2012 - de pleegdatum - brengt verdachte met [medeverdachte] een bezoek aan [betrokkene 2] . [medeverdachte] vertelt haar vader dat zij is verkracht dan wel dat zij tegen haar wil seks heeft gehad met [slachtoffer] en dat deze [slachtoffer] haar nog steeds lastigvalt. Vervolgens vraagt [medeverdachte] haar vader om hulp.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/8f3431b2811419e34301dc7d2c3d27d06a793d5f96132420b5cbb8410f7189cc. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 8f3431b2811419e34301dc7d2c3d27d06a793d5f96132420b5cbb8410f7189cc, en de alinea staat in dat document op bytes 17814 tot 18495.