Citaat | Hoge Raad 13 september 2016

Onder 2.3.1. Hoge Raad 13 september 2016

Een alinea uit Hoge Raad 13 september 2016, ECLI:NL:HR:2016:2059.

Het voorschrift van art. 6, eerste lid, EVRM inzake de behandeling van een strafzaak binnen een redelijke termijn beoogt te voorkomen dat een verdachte langer dan redelijk is onder de dreiging van een (verdere) strafvervolging zou moeten leven. In HR 17 juni 2008, ECLI:NL:HR:2008:BD2578, NJ 2008/358 zijn uitgangspunten en regels geformuleerd over de inbreuk op dit voorschrift en het rechtgevolg dat daaraan dient te worden verbonden. In dat arrest is beslist dat overschrijding van de redelijke termijn nimmer kan leiden tot de niet-ontvankelijkverklaring van het openbaar ministerie in de strafvervolging of de ontnemingsvordering.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/94cf112fe36e4f4868ab3e2ad5a4cbb75459bf182cfe9663995a3a1512a9b75e. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 94cf112fe36e4f4868ab3e2ad5a4cbb75459bf182cfe9663995a3a1512a9b75e, en de alinea staat in dat document op bytes 11634 tot 12283.