Citaat | Hoge Raad 13 september 2016
Onder 2.3.2. Hoge Raad 13 september 2016
Een alinea uit Hoge Raad 13 september 2016, ECLI:NL:HR:2016:2059.
In genoemd arrest is voorts erop gewezen dat ook andere factoren nopen tot een voortvarende afhandeling van strafzaken, zoals de ongunstige invloed van het tijdsverloop op de beoordeling van de feiten als gevolg van de verbleking van de herinnering van - bijvoorbeeld - getuigen. Genoemd voorschrift van art. 6, eerste lid, EVRM inzake de behandeling binnen een redelijke termijn heeft evenwel niet het oog op deze factoren en strekt in het bijzonder niet ertoe de verdedigingsrechten van een verdachte te waarborgen, zoals het recht getuigen te ondervragen. De in voormeld arrest geformuleerde uitgangspunten en regels houden alleen verband met het recht op behandeling van een strafzaak binnen een redelijke termijn en gelden dus niet voor de beoordeling van inbreuken op de verdedigingsrechten.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/94cf112fe36e4f4868ab3e2ad5a4cbb75459bf182cfe9663995a3a1512a9b75e. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 94cf112fe36e4f4868ab3e2ad5a4cbb75459bf182cfe9663995a3a1512a9b75e, en de alinea staat in dat document op bytes 12397 tot 13207.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/94cf112fe36e4f4868ab3e2ad5a4cbb75459bf182cfe9663995a3a1512a9b75e | shasum -a 256