Citaat | Hoge Raad 13 september 2016

Onder 2.3.3. Hoge Raad 13 september 2016

Een alinea uit Hoge Raad 13 september 2016, ECLI:NL:HR:2016:2059.

Niet-ontvankelijkverklaring van het openbaar ministerie in de vervolging komt, afgezien van de in de wet geregelde gevallen, slechts in uitzonderlijke situaties in aanmerking. Als het gaat om een vormverzuim in de zin van art. 359a Sv - dus een onherstelbaar vormverzuim dat is begaan in het voorbereidend onderzoek tegen de verdachte ter zake van het aan hem tenlastegelegde feit - is voor dat rechtsgevolg alleen plaats ingeval het vormverzuim daarin bestaat dat met de opsporing of vervolging belaste ambtenaren ernstig inbreuk hebben gemaakt op beginselen van een goede procesorde waardoor doelbewust of met grove veronachtzaming van de belangen van de verdachte aan diens recht op een eerlijke behandeling van zijn zaak is tekortgedaan (vgl. HR 30 maart 2004, ECLI:NL:HR:2004:AM2533, NJ 2004/376, rov. 3.6.5).

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/94cf112fe36e4f4868ab3e2ad5a4cbb75459bf182cfe9663995a3a1512a9b75e. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 94cf112fe36e4f4868ab3e2ad5a4cbb75459bf182cfe9663995a3a1512a9b75e, en de alinea staat in dat document op bytes 13322 tot 14150.