Citaat | Hoge Raad 13 september 2016
Onder 3.6.4 Hoge Raad 13 september 2016
Een alinea uit Hoge Raad 13 september 2016, ECLI:NL:HR:2016:2068.
In aanvulling op het voorgaande merkt de Hoge Raad het volgende op naar aanleiding van de derde prejudiciële vraag. Zoals de Hoge Raad in voormeld arrest van 22 december 2015 heeft overwogen heeft het EHRM nimmer uitdrukkelijk en zonder voorbehoud beslist dat onder alle omstandigheden sprake is van een schending van art. 6 EVRM ingeval een verklaring voor het bewijs wordt gebezigd die de verdachte bij zijn verhoor door de politie heeft afgelegd terwijl zijn raadsman bij dat verhoor niet aanwezig was.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/cb125cc5e881d29aa107b86a88d823d53a9358774fdac8b6f724ebe5558d98f5. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt cb125cc5e881d29aa107b86a88d823d53a9358774fdac8b6f724ebe5558d98f5, en de alinea staat in dat document op bytes 28508 tot 29028.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/cb125cc5e881d29aa107b86a88d823d53a9358774fdac8b6f724ebe5558d98f5 | shasum -a 256