Citaat | Hoge Raad 13 september 2016

Onder 3.6.5 Hoge Raad 13 september 2016

Een alinea uit Hoge Raad 13 september 2016, ECLI:NL:HR:2016:2068.

Een ongeclausuleerd recht op verhoorbijstand kan ook niet worden gebaseerd op de Richtlijn reeds omdat de implementatietermijn daarvan nog niet is verstreken. De Hoge Raad tekent daarbij nog aan dat in art. 3, derde lid onder b, van de Richtlijn weliswaar aan de lidstaten van de EU wordt opgedragen ervoor te zorgen “dat de verdachten of beklaagden het recht hebben dat hun advocaat bij het verhoor aanwezig is en daaraan daadwerkelijk kan deelnemen” overeenkomstig de bepalingen van de Richtlijn, maar dat aan de lidstaten een zekere beleidsruimte wordt toegekend bij de invulling van dat recht, mits de procedures in het nationale recht “de daadwerkelijke uitoefening en de essentie van het desbetreffende recht onverlet laten.”

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/cb125cc5e881d29aa107b86a88d823d53a9358774fdac8b6f724ebe5558d98f5. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt cb125cc5e881d29aa107b86a88d823d53a9358774fdac8b6f724ebe5558d98f5, en de alinea staat in dat document op bytes 29119 tot 29885.