Citaat | Hoge Raad 13 september 2016
Onder 3.6.8 Hoge Raad 13 september 2016
Een alinea uit Hoge Raad 13 september 2016, ECLI:NL:HR:2016:2068.
Ook overigens kan – in zijn algemeenheid – niet worden gezegd dat de toepassing van de regels die zijn neergelegd in de Beleidsbrief OM en de bijbehorende Bijlage 2, ongeacht de omstandigheden van het geval, ertoe leidt dat wordt tekortgedaan aan een praktische en effectieve uitoefening van het recht van een verdachte op bijstand van een raadsman tijdens zijn verhoor door de politie. Daarbij wordt in aanmerking genomen dat ingevolge regels 4 en 5 van Bijlage 2 bij de Beleidsbrief OM de raadsman bevoegd is (1) vóór aanvang van het verhoor en na afloop daarvan opmerkingen te maken en vragen te stellen, (2) een verzoek te doen om onderbreking van het verhoor voor onderling overleg, en (3) de verhorende ambtenaar tijdens het verhoor erop opmerkzaam te maken a) dat de verdachte een hem gestelde vraag niet begrijpt, b) dat de verhorende ambtenaar het bepaalde in art. 29, eerste lid, Sv (het zogeheten pressieverbod) niet in acht neemt, dan wel c) dat de fysieke of psychische toestand van de verdachte zodanig is dat deze een verantwoorde voortzetting van het verhoor verhindert.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/cb125cc5e881d29aa107b86a88d823d53a9358774fdac8b6f724ebe5558d98f5. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt cb125cc5e881d29aa107b86a88d823d53a9358774fdac8b6f724ebe5558d98f5, en de alinea staat in dat document op bytes 32594 tot 33700.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/cb125cc5e881d29aa107b86a88d823d53a9358774fdac8b6f724ebe5558d98f5 | shasum -a 256