Citaat | Hoge Raad 20 september 2016

Onder 2.3. Hoge Raad 20 september 2016

Een alinea uit Hoge Raad 20 september 2016, ECLI:NL:HR:2016:2138.

Op 13 februari 2013 is voor de duur van één jaar een civielrechtelijk contactverbod van kracht geworden met betrekking tot de aangeefster, haar moeder en andere naaste familieleden alsmede een straatverbod voor bovengenoemde straten. Vast staat, dat de storing in de persoonlijke levenssfeer door de aangeefster niet werd gewenst. Ondanks dat de verdachte hiervan op de hoogte was, heeft hij zijn gedragingen voortgezet. Hierdoor heeft hij de aangeefster gedwongen feitelijk te dulden dat veelvuldig contact met haar werd gezocht en heeft hij aldus een wederrechtelijke inbreuk op haar persoonlijke levenssfeer gemaakt. Dat de contacten van de verdachte volgens zijn zeggen overwegend zagen op het zien van zijn kinderen, doet aan die wederrechtelijkheid niet af. Voor de verdachte stonden hiervoor andere wegen ter beschikking, echter heeft hij daarvan geen of niet effectief gebruik gemaakt. De intensiteit, duur en frequentie van de contacten en de bezoeken door de verdachte, maken naar het oordeel van het hof dat sprake is van stelselmatigheid.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/23d3a3dcfbd6b6f0951a1dea31dfed324fe124dff1e74a8f7c725bfb122c5417. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 23d3a3dcfbd6b6f0951a1dea31dfed324fe124dff1e74a8f7c725bfb122c5417, en de alinea staat in dat document op bytes 25329 tot 26394.