Citaat | Hoge Raad 23 september 2016
Onder 3.2.3 Hoge Raad 23 september 2016
Een alinea uit Hoge Raad 23 september 2016, ECLI:NL:HR:2016:2172.
Ten aanzien van de primaire vordering kan niet worden gezegd dat geen redelijk denkend bestuurder onder dezelfde omstandigheden zo zou hebben gehandeld als [verweerster 1] heeft gedaan. Van kennelijk onbehoorlijk bestuur kan dan ook niet worden gesproken. Bovendien valt niet aan te nemen dat het dividendbesluit dan wel de dividenduitkering een belangrijke oorzaak van het faillissement is. [verweerster c.s.] kunnen daarom niet op grond van art. 2:248 lid 1 in verbinding met art. 2:11 BW aansprakelijk worden gehouden voor het faillissementstekort. (rov. 4.4-4.10)
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/1ef25b51afc63ef885c179ac99ef09f890fa92e6dbaa6e7d60f0a26a81820d0d. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 1ef25b51afc63ef885c179ac99ef09f890fa92e6dbaa6e7d60f0a26a81820d0d, en de alinea staat in dat document op bytes 14622 tot 15202.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/1ef25b51afc63ef885c179ac99ef09f890fa92e6dbaa6e7d60f0a26a81820d0d | shasum -a 256