Citaat | Hoge Raad 23 september 2016

Onder 3.5.3 Hoge Raad 23 september 2016

Een alinea uit Hoge Raad 23 september 2016, ECLI:NL:HR:2016:2172.

Art. 2:216 lid 3 (oud) BW bepaalt dat uitkering van winst geschiedt na de vaststelling van de jaarrekening waaruit blijkt dat zij geoorloofd is. Ingevolge art. 2:216 lid 4 (oud) BW mag een vennootschap tussentijds uitkeringen doen, maar slechts indien de statuten dit toelaten en is voldaan aan het in art. 2:216 lid 2 (oud) BW gestelde vereiste dat de uitkeringen worden gedaan “voor zover het eigen vermogen groter is dan het gestorte en opgevraagde deel van het kapitaal vermeerderd met de reserves die krachtens de wet of de statuten moeten worden aangehouden”.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/1ef25b51afc63ef885c179ac99ef09f890fa92e6dbaa6e7d60f0a26a81820d0d. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 1ef25b51afc63ef885c179ac99ef09f890fa92e6dbaa6e7d60f0a26a81820d0d, en de alinea staat in dat document op bytes 23708 tot 24303.