Citaat | Hoge Raad 23 september 2016

Onder 3.5.5 Hoge Raad 23 september 2016

Een alinea uit Hoge Raad 23 september 2016, ECLI:NL:HR:2016:2172.

Opmerking verdient dat, ook indien het dividendbesluit op zichzelf voldoet aan hetgeen art. 2:216 lid 2 (oud) BW voorschrijft, de omstandigheden van het geval tot het oordeel kunnen leiden dat de bij de tussentijdse uitkering betrokken aandeelhouders en bestuurders van de vennootschap onrechtmatig hebben gehandeld jegens de schuldeisers van die vennootschap (vgl. HR 8 november 1991, ECLI:NL:HR:1991:ZC0401, NJ 1992/174; HR 28 april 2000, ECLI:NL:HR:2000:AA5658, NJ 2000/411), dan wel dat sprake is van kennelijk onbehoorlijk bestuur als bedoeld in art. 2:248 lid 1 BW (vgl. HR 6 februari 2004, ECLI:NL:HR:2004:AO3045).

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/1ef25b51afc63ef885c179ac99ef09f890fa92e6dbaa6e7d60f0a26a81820d0d. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 1ef25b51afc63ef885c179ac99ef09f890fa92e6dbaa6e7d60f0a26a81820d0d, en de alinea staat in dat document op bytes 25690 tot 26324.