Citaat | Hoge Raad 23 september 2016

Onder 3.5.7 Hoge Raad 23 september 2016

Een alinea uit Hoge Raad 23 september 2016, ECLI:NL:HR:2016:2172.

Onderdeel 3.3 neemt tot uitgangspunt dat het hof in rov. 4.14 heeft geoordeeld dat de dividenduitkering een onverplichte rechtshandeling om niet is in de zin van art. 42 Fw. Voorts wijst het onderdeel op de vaststaande omstandigheden dat (i) [verweerster 1] alle aandelen in [A] hield en daarvan bestuurder was, (ii) [verweerder 2] enig aandeelhouder en bestuurder van [verweerster 1] was, en (iii) de dividenduitkering minder dan een jaar voor het faillissement van [A] heeft plaatsgevonden. Daarvan uitgaande klaagt het onderdeel dat het hof heeft verzuimd om toepassing te geven aan de door de curator mede aan zijn meer subsidiaire vordering ten grondslag gelegde regels van art. 43 lid 1, aanhef en onder 5, onderdelen a en d, Fw en art. 45 Fw, op grond waarvan de kennis van benadeling van de schuldeisers van [A] – als gevolg van het dividendbesluit en de dividenduitkering – wordt verondersteld aanwezig te zijn, behoudens door [verweerster c.s.] te leveren tegenbewijs.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/1ef25b51afc63ef885c179ac99ef09f890fa92e6dbaa6e7d60f0a26a81820d0d. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 1ef25b51afc63ef885c179ac99ef09f890fa92e6dbaa6e7d60f0a26a81820d0d, en de alinea staat in dat document op bytes 27067 tot 28062.