Citaat | Hoge Raad 23 september 2016
Onder 3.2.2 Hoge Raad 23 september 2016
Een alinea uit Hoge Raad 23 september 2016, ECLI:NL:HR:2016:2184.
Het hof heeft vooropgesteld dat, nu tussen de Verenigde Staten en Nederland geen verdrag van kracht is waarin de wederzijdse erkenning en tenuitvoerlegging van rechterlijke beslissingen in zaken met betrekking tot de ouderlijke verantwoordelijkheid is geregeld, naar commuun internationaal privaatrecht moet worden beoordeeld of de Amerikaanse uitspraken in Nederland kunnen worden erkend en ten uitvoer gelegd. Volgens vaste rechtspraak is voor erkenning van een beslissing van een buitenlandse rechter onder meer vereist dat de bevoegdheid van de rechter die de beslissing heeft gegeven berust op een bevoegdheidsgrond die naar internationale maatstaven algemeen aanvaardbaar is. (rov. 4.2) Relevante regelingen in dit verband zijn Verordening (EG) nr. 2201/2003 betreffende de bevoegdheid en de erkenning en tenuitvoerlegging van beslissingen in huwelijkszaken en inzake de ouderlijke verantwoordelijkheid (verordening Brussel IIbis) en het Haags Kinderbeschermingsverdrag 1996 (rov. 4.4).
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/365d1abe01f86d75f29370b52941fc051b1a70f48185a2ab43a07cc94fb04e28. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 365d1abe01f86d75f29370b52941fc051b1a70f48185a2ab43a07cc94fb04e28, en de alinea staat in dat document op bytes 11820 tot 12826.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/365d1abe01f86d75f29370b52941fc051b1a70f48185a2ab43a07cc94fb04e28 | shasum -a 256