Citaat | Hoge Raad 23 september 2016

Onder 3.2.2 Hoge Raad 23 september 2016

Een alinea uit Hoge Raad 23 september 2016, ECLI:NL:HR:2016:2184.

De bevoegdheid van de Court of Common Pleas om kennis te nemen van het verzoek van de man in de ‘motion for special relief’ van april 2013 en van diens verzoek tot wijziging van het gezag van 4 september 2013, heeft berust op een internationaal aanvaarde grondslag, te weten de gewone verblijfplaats van de kinderen in Pennsylvania in september 2011 ten tijde van het aanhangig maken van de echtscheidingsprocedure. Verordening Brussel IIbis gaat uit van het beginsel van perpetuatio fori , dit in tegenstelling tot het Haags Kinderbeschermingsverdrag 1996. Bij de huidige internationale stand van zaken moet worden geoordeeld dat in zaken van ouderlijke verantwoordelijkheid zowel toepassing van het beginsel van perpetuatio fori als het achterwege laten daarvan internationaal algemeen aanvaardbaar is. (rov. 4.5)

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/365d1abe01f86d75f29370b52941fc051b1a70f48185a2ab43a07cc94fb04e28. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 365d1abe01f86d75f29370b52941fc051b1a70f48185a2ab43a07cc94fb04e28, en de alinea staat in dat document op bytes 12838 tot 13739.