Citaat | Hoge Raad 23 september 2016

Onder 3.2.2 Hoge Raad 23 september 2016

Een alinea uit Hoge Raad 23 september 2016, ECLI:NL:HR:2016:2184.

Zowel art. 12 lid 3 Brussel IIbis als art. 10 lid 1 Haags Kinderbeschermingsverdrag 1996 levert de aanwijzing op dat naar internationale maatstaven aanvaarding van de bevoegdheid van de gerechten van een staat mogelijk is in zaken van ouderlijke verantwoordelijkheid. Partijen hebben begin 2012 als onderdeel van de echtscheidingsprocedure een verklaring ondertekend dat de Court of Common Pleas bevoegd is met betrekking tot alle zaken aangaande het ouderlijk gezag. De vrouw heeft op geen enkel moment deze verklaring herroepen of de bevoegdheid van de Amerikaanse rechter aan de orde gesteld, ook niet nadat zij met de kinderen naar Nederland was vertrokken. Ook op grond hiervan was de Court of Common Pleas bevoegd op een internationaal algemeen aanvaarde grondslag. (rov. 4.8)

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/365d1abe01f86d75f29370b52941fc051b1a70f48185a2ab43a07cc94fb04e28. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 365d1abe01f86d75f29370b52941fc051b1a70f48185a2ab43a07cc94fb04e28, en de alinea staat in dat document op bytes 14818 tot 15613.