Citaat | Hoge Raad 23 september 2016

Onder 3.4.6 Hoge Raad 23 september 2016

Een alinea uit Hoge Raad 23 september 2016, ECLI:NL:HR:2016:2184.

Voor zover het onderdeel erover klaagt dat de beslissingen waarvan erkenning wordt verzocht, zijn gegeven nadat de echtscheiding is uitgesproken, zodat niet is voldaan aan art. 10 lid 2 HKV 1996, faalt het evenzeer. Het miskent dat het HKV 1996 niet van toepassing is en uitsluitend dient als aanknopingspunt voor het antwoord op de vraag of prorogatie aan de echtscheidingsrechter naar internationale maatstaven een algemeen aanvaardbare bevoegdheidsgrondslag is.Aan de strekking van de in art. 10 lid 2 HKV 1996 vervatte beperking van de bevoegdheid van de echtscheidingsrechter, te weten dat er een verband moet bestaan tussen de echtscheidingsprocedure en de verzochte maatregelen, is ook voldaan indien het verzoek tot het treffen daarvan vóór het uitspreken van de echtscheiding is ingediend (vgl. art. 12 lid 2, aanhef en onder b, Brussel IIbis). Dienovereenkomstig vermeldt het Toelichtend Rapport op het HKV 1996 van Paul Lagarde, in: Actes et Documents de la dix-huitième session (1996), Tome II Protection des enfants, 1998, dat na het uitspreken van de echtscheiding geen nieuwe verzoeken betreffende een kind meer aan de echtscheidingsrechter kunnen worden gericht (p. 565).

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/365d1abe01f86d75f29370b52941fc051b1a70f48185a2ab43a07cc94fb04e28. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 365d1abe01f86d75f29370b52941fc051b1a70f48185a2ab43a07cc94fb04e28, en de alinea staat in dat document op bytes 22854 tot 24059.