Citaat | Hoge Raad 27 september 2016
Onder 3.5. Hoge Raad 27 september 2016
Een alinea uit Hoge Raad 27 september 2016, ECLI:NL:HR:2016:2189.
Het Hof heeft het door de verdediging gedane verzoek, niet onbegrijpelijk, opgevat als een verzoek tot het benoemen van een deskundige door de zittingsrechter dan wel - na een verwijzing door de zittingsrechter - door de rechter-commissaris of raadsheer-commissaris. Een dergelijk verzoek is een verzoek als bedoeld in art. 328 Sv in verbinding met art. 331, eerste lid, Sv om gebruik te maken van de in art. 315, derde lid tweede volzin, Sv dan wel een in art. 316 Sv omschreven bevoegdheid. Maatstaf voor de beslissing op een zodanig verzoek is telkens of de rechter de noodzaak van het verzochte is gebleken. Het Hof heeft bij zijn beslissing tot afwijzing van het verzoek derhalve de juiste maatstaf toegepast. Het oordeel van het Hof dat de noodzaak tot het (doen) benoemen van de desbetreffende deskundige niet is gebleken, is niet onbegrijpelijk, terwijl het in het licht van hetgeen aan het verzoek ten grondslag is gelegd, geen nadere motivering behoefde.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/29ce2045f0809a34abebfe8bdfe2c891c92f04443474b782e426d5cfb962490b. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 29ce2045f0809a34abebfe8bdfe2c891c92f04443474b782e426d5cfb962490b, en de alinea staat in dat document op bytes 12238 tot 13215.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/29ce2045f0809a34abebfe8bdfe2c891c92f04443474b782e426d5cfb962490b | shasum -a 256