Citaat | Hoge Raad 27 september 2016
Onder 2.2.1. Hoge Raad 27 september 2016
Een alinea uit Hoge Raad 27 september 2016, ECLI:NL:HR:2016:2191.
Om naar buiten te gaan moest ik langs die gasten lopen. Op het moment dat ik naar buiten liep voelde ik een harde trap in mijn rug. De trap was op mijn onderrug. Het voelde door het formaat als een voet die op mijn onderrug geplaatst werd. We stonden inmiddels allemaal buiten. Ik weet niet of er nog meer mensen een trap hebben gehad. Ik was de laatste die naar buiten ging. We stonden voor het café. Ik stelde voor om naar de bus te gaan. Sommige vrienden liepen al vooruit. Een aantal vrienden bleven voor het café staan. Ik weet niet meer wie die vrienden waren, die bleven staan.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/215c64fbb5ba428899ffc0d3c7ac8c72f57ffd062a30544d16533b2ef576b7aa. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 215c64fbb5ba428899ffc0d3c7ac8c72f57ffd062a30544d16533b2ef576b7aa, en de alinea staat in dat document op bytes 9853 tot 10452.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/215c64fbb5ba428899ffc0d3c7ac8c72f57ffd062a30544d16533b2ef576b7aa | shasum -a 256