Citaat | Hoge Raad 27 september 2016

Onder 2.2.1. Hoge Raad 27 september 2016

Een alinea uit Hoge Raad 27 september 2016, ECLI:NL:HR:2016:2191.

Ik draaide me op een gegeven moment om en zag mijn broer [betrokkene 3] met zijn hand zijn linkeroog bedekken. Ik heb in eerste instantie niet gezien of [betrokkene 3] een bebloed oog had. Hij stond op een meter of 10 van mij vandaan. Achter [betrokkene 3] zag ik [betrokkene 1] op de grond liggen. Ook nu was het mij al snel duidelijk dat zowel [betrokkene 3] als [betrokkene 1] geslagen waren. Later hoorde ik dat [betrokkene 3] een glas in zijn oog had gekregen en dat [betrokkene 1] door die blanke kale man in het roze shirt geslagen was. Toen ik zag dat [betrokkene 1] op de grond lag ben ik meteen naar hem toegelopen. Onderweg zag ik dat [betrokkene 11] mij voorbij gerend kwam en dat vlak achter hem die blanke kale man met dat roze shirt achter [betrokkene 11] aan rende. Ik schreeuwde nog naar die man: WAAR BEN JIJ NU MEE BEZIG of woorden van gelijke strekking. Ik zag dat de man mij passeerde. Ik zag en voelde dat de man in het passeren mij een klap in mijn gezicht gaf. Ik voelde meteen pijn. Door de klap viel ik achteruit op de grond. De volgende dag zag ik dat mijn lippen blauw en dik waren. Ik heb niet gezien hoe de man mij heeft geslagen. Ik voelde wel dat hij mij sloeg. Hij was namelijk de enige die op het moment van de klap voorbij mij rende.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/215c64fbb5ba428899ffc0d3c7ac8c72f57ffd062a30544d16533b2ef576b7aa. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 215c64fbb5ba428899ffc0d3c7ac8c72f57ffd062a30544d16533b2ef576b7aa, en de alinea staat in dat document op bytes 22545 tot 23826.