Citaat | Hoge Raad 27 september 2016

Onder 2.2.1. Hoge Raad 27 september 2016

Een alinea uit Hoge Raad 27 september 2016, ECLI:NL:HR:2016:2191.

Ik ben gisteravond, zaterdag 12 mei 2012, omstreeks 23.30 uur naar de stad gegaan. Eenmaal in de stad zijn we gelijk naar café [A] aan de In de Betouwstraat gegaan. Op een gegeven moment kwam er een groep jongens van een man of 5 à 6 binnen. Op een gegeven moment kwamen ze voorbij ons lopen, terwijl ze de kroeg uitliepen. Eén jongen irriteerde mij. Op een gegeven moment zijn wij met zijn vieren naar buiten gelopen. Ik was die gasten helemaal zat, ik was er klaar mee. Die jongen en de rest van die groep stond nog steeds voor de deur. Ik ben gelijk op die bewuste jongen afgerend en heb hem pootje gehaakt, waardoor hij op de grond viel. Op het moment dat hij op de grond lag, heb ik hem blindelings een trap gegeven. Ik weet niet waar ik hem geraakt heb.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/215c64fbb5ba428899ffc0d3c7ac8c72f57ffd062a30544d16533b2ef576b7aa. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 215c64fbb5ba428899ffc0d3c7ac8c72f57ffd062a30544d16533b2ef576b7aa, en de alinea staat in dat document op bytes 24160 tot 24935.