Citaat | Hoge Raad 27 september 2016

Onder 4.3.3. Hoge Raad 27 september 2016

Een alinea uit Hoge Raad 27 september 2016, ECLI:NL:HR:2016:2191.

In de rechtspraak van de Hoge Raad wordt het in 4.3.1 weergegeven vereiste aldus ingevuld dat uit de strafmotivering expliciet moet blijken dat de rechter onder ogen heeft gezien dat hij een straf of maatregel oplegt die onvoorwaardelijke vrijheidsbeneming met zich brengt door in de strafmotivering tot uitdrukking te brengen dat zo'n sanctie wordt opgelegd en die sanctieoplegging te verbinden met in de strafmotivering opgegeven redenen.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/215c64fbb5ba428899ffc0d3c7ac8c72f57ffd062a30544d16533b2ef576b7aa. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 215c64fbb5ba428899ffc0d3c7ac8c72f57ffd062a30544d16533b2ef576b7aa, en de alinea staat in dat document op bytes 33095 tot 33548.