Citaat | Hoge Raad 30 september 2016

Onder 3.8.1. Hoge Raad 30 september 2016

Een alinea uit Hoge Raad 30 september 2016, ECLI:NL:HR:2016:2195.

Het Hof heeft ten slotte met betrekking tot de aanslagbiljetten I en de aanslagbiljetten II, voor zover deze betrekking hebben op douaneaangiften waarvoor gelet op de aanvaardingsdata van die aangiften de douaneschuld meer dan drie jaar daarvoor was ontstaan, geoordeeld dat, aangezien sprake is geweest van het doen van een onjuiste aangifte als bedoeld in artikel 48 van de Douanewet, onder de gegeven omstandigheden op grond van artikel 221, lid 4, van het CDW in samenhang gelezen met artikel 22e, lid 1, van de AWR de verschuldigde aanvullende rechten konden worden gevorderd na het verstrijken van de in artikel 221, lid 3, van het CDW vermelde termijn van drie jaar waarbinnen douaneschulden als hoofdregel moeten worden gevorderd.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/4e015585046d80555f1b32fa9856fc684908bec6e3a9141fd427d462d4dd2d0b. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 4e015585046d80555f1b32fa9856fc684908bec6e3a9141fd427d462d4dd2d0b, en de alinea staat in dat document op bytes 66378 tot 67130.