Citaat | Hoge Raad 30 september 2016
Onder 3.8.5. Hoge Raad 30 september 2016
Een alinea uit Hoge Raad 30 september 2016, ECLI:NL:HR:2016:2195.
Bij de behandeling van middel 3 moeten worden onderscheiden het geval dat uit de beantwoording van de hierna in 4 opgenomen vraag 1 volgt dat de in artikel 3, lid 2, van Vo. (EG) 1484/95 bedoelde bescheiden behoren tot de in artikel 201, lid 3, tweede alinea, van het CDW bedoelde gegevens, en het geval dat dit niet zo is. In beide gevallen faalt middel 3 voor zover het verdedigt dat bij misbruik van recht geen sprake kan zijn van een strafrechtelijk vervolgbare handeling in de zin van artikel 22e van de AWR in samenhang gelezen met artikel 221, lid 4, van het CDW.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/4e015585046d80555f1b32fa9856fc684908bec6e3a9141fd427d462d4dd2d0b. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 4e015585046d80555f1b32fa9856fc684908bec6e3a9141fd427d462d4dd2d0b, en de alinea staat in dat document op bytes 71494 tot 72078.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/4e015585046d80555f1b32fa9856fc684908bec6e3a9141fd427d462d4dd2d0b | shasum -a 256