Citaat | Hoge Raad 30 september 2016

Onder 3.8.5. Hoge Raad 30 september 2016

Een alinea uit Hoge Raad 30 september 2016, ECLI:NL:HR:2016:2195.

Zoals hiervoor in 3.7.4.8 is overwogen, is in het eerste geval als onderdeel van het doen van de aangifte voor de douaneregeling brengen in het vrije verkeer met het oog op de toepassing van artikel 3, lid 2, van Vo. (EG) 1484/95 ten onrechte aan de douaneautoriteiten niet de factuur van de Zuid-Amerikaanse leverancier aan [G] overgelegd. Door te volstaan met de overlegging van de factuur van [K] aan [F] , terwijl die factuur – zo is komen vast te staan - wegens misbruik van recht niet voor dat doel kon dienen, is dan een onjuiste douaneaangifte gedaan in de zin van artikel 48 van de Douanewet. In het tweede hiervoor bedoelde geval lijkt weliswaar geen onjuiste of onvolledige aangifte te zijn gedaan, maar zijn in elk geval wel inlichtingen, gegevens of aanwijzingen niet, onjuist of onvolledig verstrekt in de zin van artikel 48, lid 1, letter b, van de Douanewet. Op grond van het gebleken zijn van misbruik van recht verplichtte artikel 3, lid 2, van Vo. (EG) 1484/95 de importeur de douaneautoriteiten in te lichten over de verkoop van het kippenvlees door de Zuid-Amerikaanse leverancier, en de desbetreffende factuur over te leggen. Door deze inlichtingen niet te verstrekken en de desbetreffende factuur niet over te leggen, is voldaan aan de delictsomschrijving van vorenvermelde bepaling van de Douanewet.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/4e015585046d80555f1b32fa9856fc684908bec6e3a9141fd427d462d4dd2d0b. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 4e015585046d80555f1b32fa9856fc684908bec6e3a9141fd427d462d4dd2d0b, en de alinea staat in dat document op bytes 72090 tot 73429.