Citaat | Hoge Raad 30 september 2016

Onder 3.8.5. Hoge Raad 30 september 2016

Een alinea uit Hoge Raad 30 september 2016, ECLI:NL:HR:2016:2195.

De vraag rijst welke betekenis moet worden toegekend aan de hiervoor in 3.8.3 weergegeven, door Vo. (EG) 2700/2000 bewerkstelligde wijziging van de tekst. Op grond van artikel 221, lid 3 (oud), van het CDW is een verlenging van de mededelingstermijn mogelijk indien de douaneautoriteiten “ingevolge een strafrechtelijk vervolgbare handeling niet in staat waren het juiste bedrag van de wettelijk verschuldigde rechten vast te stellen”. Die tekst lijkt naadloos van toepassing op de situatie dat bij het doen van een douaneaangifte voor het brengen van goederen in het vrije verkeer onvolledige, onjuiste of verkeerde gegevens zijn opgegeven, als gevolg waarvan minder rechten worden geheven dan de werkelijk voor de goederen verschuldigde rechten. Deze formulering lijkt evenwel uit te sluiten de gevallen waarin sprake is van een onregelmatige invoer zoals bedoeld in artikel 202 of 203 van het CDW, aangezien de douaneautoriteiten ingevolge een strafrechtelijk vervolgbare handeling als smokkel of onttrekking aan het douanetoezicht niet in staat zijn geweest vast te stellen dat een douaneschuld is ontstaan, zodat aan het vaststellen van het juiste bedrag van de wettelijk verschuldigde rechten niet kon worden toegekomen.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/4e015585046d80555f1b32fa9856fc684908bec6e3a9141fd427d462d4dd2d0b. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 4e015585046d80555f1b32fa9856fc684908bec6e3a9141fd427d462d4dd2d0b, en de alinea staat in dat document op bytes 76004 tot 77248.