Citaat | Hoge Raad 30 september 2016

Onder 3.8.5. Hoge Raad 30 september 2016

Een alinea uit Hoge Raad 30 september 2016, ECLI:NL:HR:2016:2195.

3.8.6.3. Het zou zo kunnen zijn dat de wijziging bij Vo. (EG) 2700/2000 bij de wetgever is ingegeven door de gedachte dat wanneer goederen door het doen van een invoeraangifte in het vrije verkeer worden gebracht, de lidstaten daarvan weet hebben en vervolgens drie jaar de tijd hebben om deze douaneaangifte te controleren. Belastingschuldigen hoeven na ommekomst van deze termijn van drie jaar niet meer bedacht te zijn op een navordering. Dit laatste ligt anders ingeval goederen buiten medeweten van de douaneautoriteiten ‘op onregelmatige wijze’ in het vrije verkeer worden gebracht, bijvoorbeeld door smokkel. In die gevallen moet voldoende tijd worden gegeven aan de douaneautoriteiten om het ontstaan van de douaneschuld te ontdekken alsmede tijd om personen als douaneschuldenaren op te sporen en het precieze bedrag van de verschuldigde rechten vast te stellen. Het is niet uitgesloten dat de wetgever laatstbedoelde gevallen voor ogen heeft gehad als rechtvaardiging van de mogelijkheid van verlenging van de termijn van drie jaar.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/4e015585046d80555f1b32fa9856fc684908bec6e3a9141fd427d462d4dd2d0b. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 4e015585046d80555f1b32fa9856fc684908bec6e3a9141fd427d462d4dd2d0b, en de alinea staat in dat document op bytes 78456 tot 79516.