Citaat | Hoge Raad 30 september 2016

Onder 3.3.1. Hoge Raad 30 september 2016

Een alinea uit Hoge Raad 30 september 2016, ECLI:NL:HR:2016:2195.

Het is vaste rechtspraak van het Hof van Justitie van de Europese Unie dat een Unieregeling niet zo ruim mag worden toegepast dat zij misbruiken van marktdeelnemers dekt (zie HvJ 21 februari 2006, Halifax, C-255/02, ECLI:EU:C:2006:121, punt 69 en de aldaar aangehaalde rechtspraak). Om te kunnen vaststellen dat het om misbruik van recht gaat, is vereist dat sprake is van een geheel van objectieve omstandigheden waaruit volgt dat, in weerwil van de formele naleving van de door een Unieregeling opgelegde voorwaarden, het door deze regeling beoogde doel niet wordt bereikt. Voorts is vereist dat sprake is van een subjectief element, namelijk de bedoeling om een door deze regeling toegekend voordeel te verkrijgen door kunstmatig de voorwaarden te creëren waaronder het recht op dat voordeel ontstaat (zie HvJ 12 december 2013, Ioannis Christodoulou , C-116/12, ECLI:EU:C:2013:825, punt 64 en de aldaar aangehaalde rechtspraak).

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/4e015585046d80555f1b32fa9856fc684908bec6e3a9141fd427d462d4dd2d0b. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 4e015585046d80555f1b32fa9856fc684908bec6e3a9141fd427d462d4dd2d0b, en de alinea staat in dat document op bytes 21088 tot 22066.