Citaat | Hoge Raad 30 september 2016

Onder 3.3.2. Hoge Raad 30 september 2016

Een alinea uit Hoge Raad 30 september 2016, ECLI:NL:HR:2016:2195.

Bij toepassing van Vo. (EEG) 2777/75 in samenhang gelezen met Vo. (EG) nr. 1484/95 kan het bewijs van het hiervoor in 3.3.1 bedoelde subjectieve element met name worden geleverd door aan te tonen dat de exporteur die de goederen voor uitvoer naar de Europese Unie verkoopt, de importeur die de goederen in het douanegebied van de Europese Unie invoert en de afnemer van die importeur in de Unie, hebben samengewerkt om door een samenstel van rechtshandelingen die geen reële economische betekenis hebben, te bewerkstellingen dat de cif-invoerprijs van goederen die voor een lage prijs op de wereldmarkt zijn gekocht, bij binnenkomst in de Europese Unie hoger is dan de representatieve prijs of zelfs hoger dan de reactieprijs, alsmede dat de in artikel 3, lid 4, van Vo. (EG) 1484/95 bedoelde afzetprijs zodanig is dat daarmee bewezen kan worden dat de cif-invoerprijs juist is, om vervolgens de verhoging van de prijzen in het vervolg van de handelsketen te compenseren door een verlaging ervan te bewerkstelligen, zodat de goederen op de markt in de Europese Unie worden afgezet tegen een lagere prijs dan de reactieprijs.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/4e015585046d80555f1b32fa9856fc684908bec6e3a9141fd427d462d4dd2d0b. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 4e015585046d80555f1b32fa9856fc684908bec6e3a9141fd427d462d4dd2d0b, en de alinea staat in dat document op bytes 23034 tot 24173.