Citaat | Hoge Raad 30 september 2016
Onder 3.3.3. Hoge Raad 30 september 2016
Een alinea uit Hoge Raad 30 september 2016, ECLI:NL:HR:2016:2195.
Aldus zijn ’s Hofs feitelijke oordelen niet onbegrijpelijk en heeft het Hof, uitgaande van die feiten, terecht geoordeeld dat in dit geval gesproken moet worden van misbruik van recht, ten gevolge waarvan ten onrechte geen aanvullende rechten zijn voldaan, berekend naar het verschil tussen de door de Zuid-Amerikaanse leveranciers aan [G] in rekening gebrachte prijs (gecorrigeerd naar een cif-invoerprijs) en de geldende reactieprijs. Daaraan doet niet af dat binnen het samenstel van rechtshandelingen (de verschillende aan- en verkooptransacties) een verkooptransactie heeft plaatsgevonden aan en door de niet met [G] , [F] of [D] verbonden persoon [K] (vgl. HR 26 oktober 2012, nr. 10/04331, ECLI:NL:HR:2012:BU8247, BNB 2013/20) en evenmin dat deze rechtspersoon ( [K] ) - naar middel 1 stelt - van de gang van zaken niet op de hoogte was. Middel 1 faalt derhalve in zoverre.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/4e015585046d80555f1b32fa9856fc684908bec6e3a9141fd427d462d4dd2d0b. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 4e015585046d80555f1b32fa9856fc684908bec6e3a9141fd427d462d4dd2d0b, en de alinea staat in dat document op bytes 26287 tot 27182.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/4e015585046d80555f1b32fa9856fc684908bec6e3a9141fd427d462d4dd2d0b | shasum -a 256